Natuur in je pipowagen..

Vier jaar geleden deed ik in het voorjaar de deur van de pipowagen open en de hele muur was zwart, bruin en harig. Overal waar je keek hingen duffe vliegen, en om de ramen heen zaten ze als een bijenfamilie op elkaar geplakt. Bijen bewegen dan nog en deze euhm sliepen? Ik weet het niet, maar zo’n bruine, zwarte, harige muur gaf me de kriebels van top tot teen. Moedeloos en vol walging pakte ik de stofzuiger en begon het schoon te maken. Als ik zeg: “Het waren er meer dan 1000”, dan overdrijf ik echt niet, het was zoooooo vies!

Toen we een paar weken later nog een x gingen kijken was ik gewoon bang. Punt. Het idee dat alles weer zo onder die monsters zou zitten en daarna de vliegenstront, het zat me hoog. Toen Luc vanuit de pipowagen vertelde dat er maar een stuk of 5 zaten braken mijn tranen door. Wat een opluchting! “Och meisje gaat het? Het zat je écht hoog hè?”

Dit was te overzien, en we zouden dit keer er kunnen slapen, zónder dat ik bang was dat ik op gedroogde ledematen zou moeten liggen. De rillingen lopen over mijn rug bij het idee dat ik op vleugeltjes of pootjes slaap. Luc maakte dat jaar de pipowagen vliegdicht.

Toen ik drie jaar geleden een schone pipowagen open deed was ik zo ontzettend blij! Geen vliegen! Het had gewerkt!! We konden blijven slapen en de kinderen schoten meteen de camping op. “Ajuu paraplu wij gaan naar de geiten!” Ik zette een fluitketel met water op de inmiddels brandende kachel en trok het dekbed weg, om die even buiten in het zonnetje te leggen. “PIEPPPP PIEPP PIEEPPERDEPIEP!!” Overal schoten de grijze, harige bolletjes langs en onder. Ons bed, was deze winter omgetoverd tot een muizennest! In tranen belde ik Luc op. “Ze zitten overal!”, huilde ik. Daar ging mijn weekendje met de kinderen naar de camping. Hell no, dat ik hierin nog ging slapen! Ik pelde laag voor laag van het bed af. De misselijkmakende geur van muizenplas en poep. De kapot geknabbelde dekbedden, overtrekken en het grote nest ín Luc zijn kussen, maakte dat ik heel wat tranen heb gevloeid. Gewoon alleen al van de angst wat je vast gaat pakken, de teleurstelling dat het kapot en zo vies is, en de rillingen die je deze adrenaline boost geven.

Het was net een poppenhuis. Elke etage had een familie. En onder het bed in alle tassen en zelfs in de omgevallen emmer zaten nesten vol knaag en piep. Tegen 18:30 kwam Luc mijn tranen deppen en mij helpen schoonmaken. 4 maanden feesten. En een muis is al geslachtsrijp na een paar weken. Inteelt is geen probleem en na ongeveer 20 dagen zet het 4 tot 9 jongen op de wereld. 3 weken zogen en dan gaan ze al op zichzelf wonen.. Reken je even mee? Als kangoeroes springen ze uit de dozen, tassen, kussens en dekens. Op hun achterpoten rennen ze dan weg. Dat wel gelukkig, maar dan nog! Dat jaar maakte Luc de pipowagen muisdicht.

Toen ik twee jaar geleden als een bange schijterd de deur open deed na de winter zag ik géén vliegen, ik zag ook géén poepjes, en ik durfde iets meer ontspannen naar binnen te stappen. Alle kussens en dekens lagen nog netjes in de hoezen. Die had ik vorig jaar meteen op Ali gekocht! Níéts bleef meer los liggen daar, dat was de nieuwe regel. Ik zag helemaal niets, dus en of het deze winter geholpen had! Niets zag er ook aangevreten uit! Wat een opluchting.

Ik zette het water en stroom erop en zette de kraan wagenwijd open om te spoelen. Ik liep naar het hout om dat aan te gaan vullen en toen ik terug kwam hingen er twee meisjes in de hangstoel aan de deur in het zonnetje te genieten. “Mam, er loopt allemaal water uit de pipowagen, hoort dat?”

Bijna een kwartier had de kraan wagenwijd open gestaan en was al dat water achter de keukenkastjes gelopen. Ónder de laminaatvloer, om zo naar buiten te sijpelen. Ik rende naar hoofdkraan om die dicht te draaien en zag de ellende voor me. Onder de gehele zijkant liep het water stromend uit. Niet aan een punt, maar echt de heeeeele zijkant lekte water. Ik belde weer, ín tranen, Luc op. Nuchter en rustig bedacht hij dat de boiler waarschijnlijk nog wat water erin gehad had, nadat we hem afgekoppeld hadden. Dit was in de vorst bevroren geweest en zo was het vat geknapt. Er moest dus een nieuwe boiler komen. Ik dook meteen marktplaats op, de dag erna stond ik al op de stoep bij een meneer en kocht, precies dezelfde boiler, zodat we alleen maar hoefde te wisselen. De aansluitstukken waren hetzelfde, dus hoe makkelijk wou ik het nog hebben? Dit kon ik zelf wel. De vloer kwam omhoog in de weken erna, maar de keukenkastdeurtjes werden gewoon wat hoger afgesteld en zo konden we het nog wel redden. Het is camping hè.. Sinds dat jaar gieten we de boiler ook góéd leeg als de winter eraan komt.

Een maandje later stap ik weer binnen en zie zwart onder het bed. Ik ben meteen gealarmeerd. Langzaam loop ik erheen en zie ineens dat het ook onder het bed omhoog loopt. Het loopt zelfs óver het bed, langs de ramen en muren. Hele mieren colonnes lopen kop aan kont door de pipowagen heen! Ik zie hoe ze door een nieuw geknaagd spleetje naar buiten lopen en via het onderstel naar de grond wandelen. Koffiedik, gifdoosjes en zout. Ik sla een hele tas vol in bij de marskramer en sjees weer terug. Dit kan ik zelf wel, nu ben ik echt wel boos. Als Luc een paar uurtjes later komt ligt hij helemaal dubbel van het lachen. Ik heb óveral koffiedik gelegd. Ik drink niet eens koffie en heb het alleen gemaakt voor de drap. Ik heb dus een pan vol bruin water/ koffie op de picknicktafel staan, alleen maar omdat ik dat spul nat moest hebben. De stofzuiger heeft weer zijn best gedaan, en omdat ik de emmer buiten op het gras na het zuigen open heb gelegd, kunnen de mieren families allemaal weer de natuur in. Ze krioelde er zo snel mogelijk uit allemaal. Dat jaar maakte Luc de pipowagen ook nog eens mierdicht.

Ik open de pipowagen en zie hoe het schimmel op de muren en schilderijen zit. De moed zakt me al wat meer in de schoenen. “We zijn vergeten de emmers met zout neer te zetten”, zegt een stemmetje. “Baardgroei schimmel” meld Luc achter me. Langs de muur zie ik hoe het water langs de oude, ongebruikte schoorsteen, uit het plafond is gelopen en hoe alles aan die muur gelig en nat is. Er heeft een familie koolmees vorig jaar, in de schoorsteen gewoond en hierdoor is het denk ik een beetje verzakt. Ik registreer ineens hoe alles onder de vogelpoepjes en veertjes zit en voorzichtig kijk ik rond. “Alles zit onder de vogelpoepjes en veertjes!”, roep ik naar buiten. Ik schrik.. Op de grond, onder de Burnie ligt een dood koolmeesje. Dit vind ik écht zielig. Het is door de werkende schoorsteen in de kachel gevallen en toen door het openstaande deurtje eruit gevlogen. Ach gut.. Hoe lang zou het wel niet rondgefladderd hier hebben? Ik breek heel erg. Achter mij komt Luc binnen en hij heeft al een schep gepakt, hij had het al gezien. Heeft zelfs al een grafje buiten gegraven en legt het koolmeesje hierin. Toch een snik dit jaar, maar niet van onmacht, maar echt van medelijden.

Ik kan altijd zo van de natuur óm de pipowagens genieten, echt. Het nestje in de oude schoorsteen of in het vogelhuisje aan het raam. De muisjes in hún holletjes die de gevallen pinda’s pikken als de kinderen in bed liggen. De koolmeesjes die brutaal op onze picknicktafel zitten. De meikevers die zoemen als we s’avonds bij het vuur zitten. Vallen ze in je haren of niet? (Iehhhll). De eekhoorns die de walnoten pikken, als je ze per ongeluk op tafel laat staan en of het nu de pissebedden, de specht, koekoek of de uilen in het bos zijn. Buiten vind ik alles best. Dit is het jaar dat Luc de pipowagen opnieuw lekvrij maakte en de volgende keer gaat hij het ook koolmeesjes veilig maken. Want hoe dan ook, ik vind echt dat de natuur beter buiten onze pipowagen kan wonen, dan erin..