Onverzorgde meneren..

“Wat een lieve hond”, zegt Evi tegen Luc. Achter een hek bij een oud-ijzerboer moet Luc even een stukje metaal ophalen voor zijn knutselautootje. Een grote, brede dobberman staat schuimbekkend en kwijlend achter een hek te grommen en blaffen. “Woeeehooef woef woef woooeeehhf” zegt de dobberman dreigend. Zijn body staat stoer overeind en de reu laat duidelijk aan ons horen dat hij de baas hier is. Ikzelf blijf liever even in de auto, niet dat ik niets met honden of oud ijzer heb hoor, maar om nu door de regen en in die kou te gaan scharrelen. Tjowww, jullie redden je ook wel zonder mij.

“Mag ik m even aaien?”, vraagt Evi wijzend naar de waakhond tegen Luc. Nouuuwww dit is een waakhond, die is er voor inbrekers.. De blaffende reu achter dat hek laat even duidelijk zien met zijn tanden en lichaamstaal dat hij niet blij is met ons op zijn erf. En dan heb je een klein iniminie meisje die dan vraagt: “Mag ik m even aaien?”.

Ze lopen samen naar de eigenaar en Luc verteld waarvoor hij komt. De man ziet er onverzorgd uit, volgens Luc rook hij een uur in de wind naar alcohol. Geen of amper tanden in zijn mond en een beetje zoals een zwerver, zo in zijn oude vieze kleren. Met Evi aan de hand loopt hij met hem mee naar verderop in de loods, en samen verzamelen ze Luc zijn bestelling. Evi helpt ook mee tillen en als ze bijna bij de auto zijn vraagt ze aan de meneer: “Meneer? Mag ik uw hondje even aaien?”

“Nou euhm dit is geen hondje om te aaien lieverd, het is een waakhond, hij is geen meisjes gewend. We hebben hem s’avonds hier loslopen, voor als er inbrekers komen..”

“Oh, als u dan niet hier bent?”

“Ja idd voor als ik s’avonds weg ga, dan past de hond hier op..”

“Slaapt u dan ook bij het station?”

Luc kan wel door de grond heen zakken. En neemt het gesprek over door te vertellen dat meneer zijn huis vast ergens verderop staat, niet iedereen zijn huis is dicht bij het station.. Er worden handjes geschud en dankjewel nogmaals en ze stappen in de auto. “Hm het is best koud he mam?”. “Ja best wel he lieverd, maar we doen aders wel even de verwarming hard aan”. “Mam? Ik denk dat Luc het niet goed heeft, ik denk dat die meneer wel op het station woont, net als die andere meneren, die zwervers..” En ik moet een beetje lachen.

Nou weet je lieverd, die meneer heeft gewoon niet zijn nette kleren aan daar zo, want het is heel vies weer, en alle kapotte auto’s zijn zo vies. Zijn vrouw zegt gewoon s’morgens tegen hem: “Als je maar niet denkt dat je met je mooie broek en trui naar je werk gaat! En dan doet ie dat ook niet he?. Dus ik denk wel dat de meneer een huisje heeft, met kindjes en een vrouw”. Ik zie hoe ze dit verwerkt en denk terug hoe we ooit met haar samen in de trein zaten.

Van Groningen naar Zwolle. Een dagje shoppen. Een wederom hele onverzorgde meneer zat in een vierzits plekje en keek chagrijnig naar de kinderen. Het was best een onderneming om met deze 4 van A naar B te reizen, maar ze waren altijd zo enthousiast. De meneer deed zijn schoenen uit en zat met zijn voeten op de andere bank geleund.

“Mama..? (Zo hard dat de halve coupe hiervan mee kan genieten)… Die meneer ligt met zijn benen op die bank, dát mag niet hé van de conducteur?! Zal ik het even zeggen tegen hem?”

“Nou lieverd (terwijl er 4 kids nu schaamteloos omkeken naar deze meneer) ik denk dat die meneer een beetje moe is, en dat hij daarom even zijn benen laat uitrusten”

“Nee dat denk ik niet..” Evi denkt er even twee tellen over na, en uit het niets knalt ze de oplossing op volume 15 eruit “Ik denk gewoon dat die meneer gewoon een beetje gek bij zijn hoofd is”.

Twee pubers schieten onderuit achter de bank van het lachen. De mevrouw met haar bloemetjes jurk kijkt met een vermakelijke glimlach naar mij. De meneer met een laptop zit zijn lachen in te houden, maar ik zie hem schudden van het lachen. Iedereen ziet de humor hier wel van in, een meisje van een jaar of 5, die gewoon eerlijk eruit floept wat ze denkt.. Het wordt best positief opgenomen. Behalve door de onverzorgde meneer twee bankjes verder dan ons. Ik probeer nog een glimlach naar hem te geven, maar ik ben zojuist door zijn kwade blik gedood. “Blij dat hij het alleen telepatisch door geeft en er niet echt werk van maakt”, bedenk ik me.

De conducteur loopt langs en iedereen wordt gecontroleerd. De Onverzorgde meneer wordt verzocht om zijn benen van de bank af te halen, en Evi meld nog een keertje nét te hard, “Ik zei het toch, zucht”. Als we Zwolle naderen lopen de kids al naar de deur, langs de onverzorgde meneer. Evi kijkt m strak in de ogen aan, eerlijk en open, en ik zie dat ze bijna iets zegt. “Kom even doorlopen madam”, zeg ik tegen haar. Bij de deuren kijkt ze omhoog naar Mees en Boet. “Ik wou het wel even zeggen, maar mama zei dat ik door moest lopen. Volgende x kijk ik wel even of we hem weer zien, en dan zeg ik het wel even. Want met je voeten op de bank, dit doen we thuis ook niet, dat mag ook niet van zijn moeder”.

Fingers crossed, dat we deze meneer dus niet snel weer in de trein tegenkomen ; )