Week 2..

Week 2 gaat in, en ik schuifel als een oude piepende, kromme vrouw door het huis. Ik slik eigenlijk nooit paracetamol, dan moet iets wel heeeeel erg zijn. En dat punt hebben we gisteren bereikt. Geen longinhoud maakt dat ik bij snelle of kracht bewegingen op handen en knieën zit. Het voelt als verdrinken. De eerste keren vond ik het dood en dood eng. “Ik kan niet verdrinken hier op droogte”. Inmiddels heb ik de rust in mijzelf gevonden, dat als ik dit voel, ik heel stil wordt. Ik zoek de stilte op in mijzelf en laat mijn lichaam in de halve minuut erna niets doen. Ik voel alleen en probeer er geen paniek meer bij te voelen. “Alles komt goed.. Echt..”.

Langzaam trekt de irritatie weg uit mijn longen en ik vind een natuurlijk instinct terug dat mij oppervlakkig laat ademen. Zo start het dan weer een beetje op. Op mijn zij liggend en hoestend vanuit de diepte. Langzaam terug naar in en uit ademen.

Om mij heen lopen de kinderen en Luc dan als wakende leeuwen. Moeten ze handelen? Wat gebeurt er? Start ze weer op?.. Luc is helemaal op zijn hoede merk ik. Eenmaal weer opgestart loopt alles weer door. Niet vlekkeloos. Tuurlijk niet, de chaos blijft. De tweede dag wénste ik Luc gewoon naar zijn werk weer hoor! Pffff 1 man thuis, 4 pubers en een vrouw over de zeik. Hij gaat maar op z’n werk in quarantaine!

Wij waren natuurlijk al een paar weken onderweg, en dan komt hij erbij. Luc heeft het kleine kamertje geconfisqueerd. Heren helemaal over de zeik, want dat was hun domijn de afgelopen maanden. Die zijn hierdoor verhuisd naar zolder (lees: Op de slaapkamer van de meiden. “Mam! Overal ligt f*cking glitter, zucht, mijn laptop heeft nu f*cking glitters!) Loesje en Evi zitten aan de keukentafel. Iedereen liep de eerste dagen op zijn en haar tenen, en alle deuren waren potdicht de hele dag, zodat Luc het tijdens het bellen, zo stil mogelijk had. De irritatie knalde de pan uit. Ineens was er non-stop ruzie in de keet. “We moeten met z’n allen rekening met hém houden”. Na een heftig gesprek, een paar knallende deuren en een paar verwensingen, kreeg iedereen weer wat meer de draai in zijn en haar plekje, en liep het wel weer.

“Ben je bang?”, vraagt Luc aan mij, terwijl ik weer gierend achter ademen happend, op mijn knieën zit. Hij zit bezorgd naast me en legt zijn hand op mijn rug te strelen.

“Nee tuurlijk niet! Het komt zoals het komt, ga er niet bang voor zijn. Er is niets aan de hand! Alleen een beetje hooikoorts”. Ik strompel naar boven en plof weer in bed.

Ik ben er klaar mee. Met de pijn. Met de onrust en met het er niet kunnen zijn. Vriendinnen doen onze boodschappen, omdat de Jumbo tot aan de tweede week van mei geen bezorgplekjes meer heeft. En ja, dat is echt al luxe hoor!! Heel veel mensen hebben niet zulke lieverds om zich heen! “Als je wat nodig hebt laten weten hè?! We kunnen het zo ff halen voor jullie”.

En natuurlijk kom je er dan, te laat achter, dat je inlegkruisjes op zijn. En terwijl je dochter voor de tweede keer van haar leven ongesteld is, wordt er gewoon, in diezelfde ochtend nog, een boodschappentasje met maandverbandjes én een bosje rozen bezorgd! Gered. We zijn zelfs al verwend met een “Paasontbijtje” met verse jus, en kokoskoeken! En hoe fijn dat ook is, toch wil ik de regie terug…

“Mam? Ik heb het thema, post, vandaag op school. Ik moet een postzegel en een flessenpost maken voor school. Mag ik dit flesje gebruiken? En dan moet er een dop in, en een oud briefje. Een soort perkament. Weet jij hoe ik dat moet maken?”, vraagt Boet zachtjes om de deur.

Ik leg m uit hoe je met een nat theezakje, oud papier maakt. Hoe je met een stukje houtskool zwarte vegen maakt, en hoe je met een aansteker de randjes een beetje wegbrand. “Maar pas op!! Het gaat snel!”.

“Ja, ja, kan ik heus wel hoor..”, en weg is ie.

De deur zwaait met een knal open en Evi kruipt met haar laptopje naast mij in bed. “Mam ik snap deze sommen niet! 85 seconden is hoeveel minuten en seconden?”

Ik hoor nogal wat commotie beneden en hoor hoe Mees hard lacht en hoe Loesje roept: “Naar buiten!! Snel!!! BOET! Naar buiten!!”

Pieppppppiiieeeepppiiiiieeeeepiiieeeeppp!!

Luc stormt het kleine kamertje uit, de trap af. Ik hoor hoe hij beneden begint te lachen en hoe even later de commotie de trap op komt. “Boet heeft het huis in de fik proberen te zetten!!”, bulderen ze uit van het lachen.

“Je weet wel wat je altijd op tv ziet hè? Van die mensen die gaan blazen als er iets in de fik staat, en het dan erger wordt? Nou dat deed Boet!!”, lacht Mees zich helemaal dubbel. “En toen ging het nóg harder, dus het blaadje vloog helemaal in de fik en toen het bijna bij zijn vingers was danste ie: whoooaaaa hooooo”, lacht hij verder. “Hij danste gewoon whahahahahaha”.

“Toen gooide ie het naar buiten, onder het afdak, op jou ikea kleed”, lacht Luc aanvullend. “Met zijn slippers heeft Mees het even uitgetrapt..”.

Ze vinden het gewoon echt grappig! Stelletje pyromanen!! Hahaha. “En nu?”

“Nu moet ie opnieuw beginnen, want hij heeft alleen nog maar een hoopje as. Maar hij brand nu eerst de zijkanten weg, en dan pas gaat ie schrijven en tekenen, want als het weer mis gaat kan ie weer opnieuw beginnen..”

Een half uurtje later komt Boet met een zelf gemaakte flessenpost binnen. “Ik ben klaar! Evi? Weet jij wie die man is op de postzegel?”

Evi kijkt fronsend en we zien haar graven. “Hitler?”. Boet begint hard te lachen “Wie?!”. Boos verdedigend roept ze: “Echt wel! Wie dan?! Dat is ie heus wel hoor! Hij is toch de burgemeester van Nederland? Dus!!”

Boos loopt ze met haar laptop onder de arm weg. Lachend rent Boet naar Mees en Luc. Ff mijn ogen weer dichtdoen, en hopen dat de paracetamol zijn werk nu wel gaat doen. Nog minimaal 1,5 week te gaan volgens de huisarts.. 3..2..1 Ennnnnn go!

 

Jongleren en schakelen..

30 maart 2020